
Deze rubriek heeft al vele titels
gehad. Het begon met 'Fietscitaten'. Toen werd het 'Fietsbelletjes'. En
nu: 'Doortrappers'.
Stuur ons een fietscitaat. Die komt dan (misschien) hier te
staan!

"Geef mij maar een fietsvakantie. Trekken van voordeur tot voordeur. Ik vind het avontuurlijk om nauw in contact te staan met het landschap en de mensen. Onlangs fietsten we in twee dagen van Meise naar Hamont-Achel: fantastisch wat Vlaanderen nog aan natuurschoon te bieden
heeft."
(Frank Deboosere, sinds 1987 weerman voor de VRT, in
'De Standaard' van 12 september 2009.)
"Cyclo, ergo sum".
(Leendert van Staalduinen, fervent
fietser, 2 augustus 2009)
"Dan geniet ik van het strand of ga ik fietsen, Terschelling is weliswaar
een perfect eiland om te wandelen, maar dat gaat me eerlijk gezegd te langzaam.
Vandaar dat ik liever de fiets pak."
(Zangeres en
actrice Ellen ten Damme in 'De Kampioen' van april 2009)
"Lekker hier achter met de paarden aan de gang en af en toe op de fiets
door Zuid-Holland toeren. Dan ben ik gelukkig".
(Henk Angenent,
winnaar van de Elfstedentocht 1997 over zijn leven ná het schaatsen, AD, 28
februari 2009)
Ard schenk gaat nog steeds op de fiets naar zijn werk. "De twee
belangrijkste punten zijn het bewegen en een heerlijke frisse hap lucht.
Eigenlijk vind ik, dat iedereen die binnen tien kilometer afstand woont en werkt
op de fiets moet stappen".
(Ard Schenk,
in 'ANWB en Auto', 12 februari 2009)
"Wat
zou 'm Amsterdammer zonder fiets moeten beginnen.
Wie krijgt er niet de balen van die auto's en die trein.
Zo ingeblikt 't land in ben je buiten toch weer binnen.
Laat mij maar lekker trappen langs de Amstel en 't Gein.
Dan raak ik buiten zinnen en 't is lekker voor de lijn.
De fiets is de
natuurlijkste manier van je vervoeren.
Je voelt je God in
Frankrijk en je ziet en ruikt nog iets.
Wie wil nou ook nog buiten
door een ruitje koekeloeren.
Met uitlaatgassen plenty,
maar van bloemengeuren niets.
Laat mij maar lekker
toeren op mijn halleluja-fiets.
(Uit: 'De
fiets is beter, ja natuurlijk', van Adèle Bloemendaal)
"In het nudistendorp zag je het ongemak van puberende kinderen die
duidelijk voor het laatst met hun ouders mee op vakantie waren. Twee jongens
keken gegeneerd weg toen hun blote vaders voorovergebogen over het stuur van
hun mountainbikes fietsroutes in de omgeving bespraken".
(Filosoof Coen
Simon in 'Leve de schaamte', Trouw, 27 september 2008)
"Ut leaven is as een fietseband. Ene doorne en
alle lucht geet der uut." (Het leven is als een fietsenband. Eén doorn en
alle lucht gaat eruit)
(uit:
Veluwse Spreukenkalender, 5/6 september 2008)
"Tijdens mijn fietstochten krijg ik weleens bezoek van een of andere muze die mij gretig allerhande ideeën influistert. Met sommige daarvan zou ik nooit naar buiten durven komen, andere vind ik leuk, nog andere merkwaardig en een verder doordenken meer dan waard. De muze komt doorgaans als alles lekker loopt.
De nukkige wind die mij op de dijken langs de Schelde een dieper geplooide houding doet aannemen, lijkt me dan niet te deren. Tijd gaat niet voorbij, maar vliegt. Het einde noopt mij dan niet tot een zucht van opluchting dat het voorbij is, maar eerder tot een binnensmonds gegrom over verplichtingen die mij huiswaarts riepen.
’Je hebt er zin in vandaag’, sprak mijn muze me deze voormiddag toe. Kon ik moeilijk ontkennen. ’En de rest van de dag ga je er ook nog zin in hebben’, ging ze verder. Dat wist ik ook wel: na zo’n trainingstocht kan het urenlang niet meer stuk. Tot ’s anderendaags aan toe
vaak".
(De Vlaamse filosoof en fietsliefhebber Marc van den Bossche in Trouw van 21 augustus 2008)
"Nederland is vanaf de fiets mooier dan vanuit de auto".
(Jan Bonjer,
hoofdredacteur van het AD, d.d. 20 augustus 2008)
"Veertig stralende kleuters in een
geïmproviseerde rieten hut beginnen een ingestudeerd liedje te zingen als ik
hun schoolklasje binnenloop. Eenmaal uitgezongen laten ze hun tekeningen zien. Ze hebben voornamelijk bloemen en fietsjes getekend; een fiets bezitten is nu hun grote droom. De begeleidster vertelt dat dit anders was toen ze hier aan kwamen. "Ze tekenden vooral wapens. Bovendien waren ze bijna allemaal heel agressief en doodsbang voor mannen in uniform", zegt Amna Adam, een begeleidster".
(Artikel in het AD d.d 7.2.2008 door Daisy Mohr over het bezoek van de ministers Verhagen en Koenders aan een kamp in
Kabkabiya, Darfur)
'Die met het
rijwiel begint blijft er aan plakken'.
(Stijn
Streuvels in zijn novelle uit 1911 'Mijn rijwiel')
'De vrijheid blijft mij trekken.
Alles wat je nodig hebt zit op je fiets en daarmee ga je de wereld in, een
onbekende wereld ontdekken'.
(Henk Kroes,
ex-voorzitter van de Friese Elfstedenvereniging en gepassioneerd fietser, in
Trouw van 17 december 2007)
'Op
het strand van Cannes hoorde ik eens een zwierige Francaise ontzet uitroepen
over Les Hollandaises: "Ze hebben godinnenlichamen en kleden zich
als vrachtwagenchauffeurs!". Dat ongemak met stijl komt door de fiets. Die
bepaalt onze garderobe en ons modebeeld'.
(Journaliste
en schrijfster Nausica in het eerste nummer van Beauty+, uitgekomen in december
2007)
'Stap toch eens op die fiets, kijk
om je heen, geniet van de bomen, de vogels, de natuur, de seizoenen, de koeien
in de wei. Je ziet zoveel meer dan wanneer je er in de auto langs zoeft. Ik
beleef altijd wat onderweg. Wanneer ik neefjes en nichtjes te logeren heb, stap
ik vaak met ze op de fiets'.
(Gerda Verburg,
Minister van Landbouw in het AD van 10 september 2007)
'Kijk, dat is mijn blindfietslidteken'. Ik was een wildebras. Samen met een vriendinnetje gingen we fietsen met onze ogen dicht en de handen op het stuur. Op de dijk ben ik toen een keer gevallen. Het bloedde heel erg. Mijn vriendinnetje ging hulp halen en de man bij wie ze aanbelde bleek arts te zijn". Ze bekent, dat ze het heel soms nog even doet: blindfietsen. "In de duinen, als het niet gevaarlijk is".
(Staatssecretaris Nebahat Albayrak in Trouw van 22 augustus 2007)
"Wandelen is als het spellen van een boek, autorijden is als het lezen van het resumé, maar fietsen is als het beleven van het
boek".
(H. Wiegman, 8 augustus 2007)
"Als je in die sector op de
fiets komt tel je niet mee"
(Pablo van
Klinken van de juridische uitgeverij KSU over de advocatuur; 'Trouw', 9 maart
2007)
'Een oliebol waarbij je je fiets moet meenemen om van krent naar krent te
fietsen'.
(Over een slechte oliebol, in de Oliebollentest van het AD van 29-12-2006)
'Fietsen heeft iets romantisch'.
(Tom Egbers in
Tring, oktober 2006)
'Doelpunten maken is zoiets als fietsen. Als je het kunt, is het niet zo
moeilijk'
(Met twee doelpunten in zijn eerste interland brak Klaas-Jan Huntelaar
door op het internationale podium. Aan de vooravond van een nieuw seizoen
verbaasde iedereen zich over de nooit aflatende reeks treffers van de Ajax-spits, behalve Huntelaar zelf.
Het bovenstaande citaat komt uit een interview met Jop van Kempen in 'De Stentor' van 19 augustus
2006)
"Lente:
Fijn weer vliegjes happen op de fiets"
(De
Scheurkalender van Loesje op 15 april 2006)
"Terugblikkend
stel ik vast dat mijn filosofische stellingname doorheen het verloop van mijn
carrière overduidelijk gekleurd werd door mijn lichamelijke conditie. Ruwweg
zie ik een evolutie van een wat duister en gelaten denken ten tijde van een
gebrek aan sport, in de jaren tachtig en negentig, naar een lichtvoetiger,
hoopvol gestemd en hoopvol stemmend denken, sedert ik na mijn veertigste opnieuw
naar hartelust fietsbandjes verslijt." (.......)
(Beide citaten
komen uit het boek 'Wielrennen' van Marc Van den Bossche, ISBN - 90 5637 764 7)
"Mij
zul je niet zien werken voor de autolobby; ik kom uit bij de fiets. Als Jesus'
intocht in Jeruzalem vandaag de dag zou spelen, zie ik 'm eerder op een fiets
dan in een auto binnenrijden".
(Bernhard
Ensink, theoloog ("reken mij maar tot de kring van liefhebbers van het
christendom") en directeur van de Fietsersbond Nederland in Trouw van 2
januari 2006)
"De
Europese Unie is zoals een fiets. Hij moet rijden of hij valt om".
(Premier
Verhofstadt in het Manifest "De Verenigde Staten van Europa", 2
november 2005)
"Iedere
Nederlander heeft, bij wijze van spreken, recht op een koe op tien minuten
fietsafstand".
(Directeur
algemene ledenbelangen ANWB over het landbouwbeleid van Minister Veerman, Trouw,
25 oktober 2005)
"Ik hou van tegen de wind in fietsen. Maar ik hoef nu ook weer niet de
hele dag windkracht tien op de kop te hebben".
('Dit was een
befaamde uitspraak van Wim Kok als minister-president, toen hij waarschijnlijk
terug dacht aan zijn dagelijkse worstelingen als scholier op het rijwielpad van
zijn huis in Bergambacht naar de mulo in Schoonhoven. Altijd wind tegen'
Aldus Trouw, d.d. 25 oktober 2005)
"Het kabinet plakt de band,
die het zelf eerst heeft lek gestoken"
(CNV-voorzitter René
Paas bij de presentatie van de Miljoenennota 2005, 20 september 2005)
"Bij sommige fietsers wordt
het belang van goede fietsverlichting pas duidelijk als ze autorijden; bij hen
gaat het lampje laat branden".
(Manon Zweers, Radboud
Universiteit Nijmegen, in 'de Telegraaf van 9 augustus 2005)
"Fietsers zijn mijn troetelreizigers. Ik vind echt dat we die moeten
verwennen"
(Carla Peijs, Minister
van Verkeer en Waterstaat in Trouw van 11 juli 2005).
"Fietsen en wandelen is niet
enkel een kwestie van een gezond milieu, maar ook van een gezond verstand. We
moeten de autonormaliteit doorbreken'.
(Kathleen
Van Brempt, Minister van Mobiliteit van Vlaanderen, in 'Week van de Zachte
Weggebruiker', mei 2005)
"Fietsers zijn anarchist,
buspassagiers communist en automobilisten fascist".
(Inti Pelupessym
Universiteit Leiden, in De Stelling, De Telegraaf, 23-4-2005)
"Een
kind van drie of vier krijgt een fietsje voor zijn verjaardag. Dat fietsje zit
niet in het verzekeringspakket en dat vinden we heel normaal. Het is
maatschappelijk aanvaard. Waarom zit die bejaardenfiets dan wel in het pakket?
Laat de kinderen daar maar voor sparen".
(Hans Hillen, voorzitter van de zorgverzekeraars,
over de rollator in 'Trouw', oplossing citatenpuzzel 2004, 15 januari 2005)
Over wielrennen en fietsen: "Dan kom ik mezelf tegen". "
En ach, het is ook een ietwat katholieke sport: in welke sport worden elk jaar
de attributen (de fiets) door de paus gezegend?"
(Minister Pieter van
Geel, die jaarlijks zo'n 3000 km op de fiets aflegt, in CDA-Krant van april 2002
en in De Telegraaf van 18-12-2004)
Over het duo Doekle Terpstra,
voorzitter van het CNV ('de moderne, kekke gereformeerde'), en Lodewijk de
Waal, voorzitter van de FNV ('van de oude, sociaal-democratische stempel'), en
over hun tegengestelde persoonlijkheden: 'Lodewijk maakt lange fietstochten
door de Kennemerduinen om zich te ontspannen en tennist één keer in de
week. Doekle doet aan zwemmen, parachutespringen, surfen, duiken, paragliden,
skiën, korfbal en bungyjumpen'.
(Martin Brill in zijn
column in 'De Volkskrant' van 22 september 2004)
“Het is lente.
Ik zit voor op de fiets bij mijn vader.
Voor me beschermd door een plastic scherm en achter me mijn vader.
Mijn voetjes op de steuntjes.
Mijn handjes stevig geklemd om het stuurtje. Mét bel.
En het ijzeren zitje om mij heen.
Ik zie de armen van mijn vader die het fietsstuur vasthouden.
Behaarde armen met een groot horloge. Aan zijn vinger een trouwring.
En nog een ring.
Daar kan je mee stempelen weet ik. Mijn vader heeft een stempelring.
Ik lik en hij stempelt”.
(Acteur Johann R.Glaubitz, fragment
'Afgesneden' uit monoloog over leiderschap, website Drenth
Drama, Amsterdam)
"Lekker met een boek. Fietsen, wandelen. Er is hier zoveel moois te zien.
Ik herinner me een vakantie in Ierland, waarbij we driehonderd kilometer
hebben gereden om een hoop stenen te bezichtigen. Je reinste idioterie. Als
die stapel rommel vijftig meter om de hoek van mijn huis zou zijn, zou ik er
echt geen rondje voor omlopen, maar omdat het in Ierland is moet je het dan
zogenaamd gezien hebben. Ik doe daar niet meer aan mee'.
(Gezondheidspsycholoog
Ad Vingerhoets over Vakanties, De Telegraaf, 10 juli 2004)
"Kinderen zijn geen fietsen,
die je kunt stallen".
(aldus tegenstanders
van kinderopvang, geciteerd door Anja Meulenbelt in 'Volzin', 2 juli 2004)
"Vroeger kreeg je bij de eerste communie een fiets cadeau, nu een
mobieltje".
(Toos en Marjolein in
'De Telegraaf' van 2 mei 2004)
"Driften is ook een
beetje als fietsen. Je kunt er lang mee bezig zijn om het onder de knie te
krijgen en plotseling, op een mooie dag, lukt het".
(Ton Roks,
hoofdredacteur van AutoVisie, april 2004)
"Als meer politici regelmatig
zouden gaan fietsen zoals wij, zouden de debatten in de Kamer veel heviger
worden, maar ook veel korter kunnen".
(Joop Atsma, CDA-Tweede
Kamerlid na afloop van de openingsklassieker van Velopcipède Club DOF ('Door
Oefening Flink') in 'De Telegraaf van 9 maart 2004).
"Belgisch Limburg is in feite de groene achtertuin van
Nederland".
(Reinaat
Landuyt, de
Vlaamse Minister van Toerisme, in 'De Telegraaf' van 6 maart 2004)
"Ik ben een fietser. Als
wandelaar denk je toch na een tijdje: kan dat maïsveld nu even plaats maken
voor wat anders? Op de fiets verandert het landschap sneller en maak je er
deel van uit".
(Femke Halsema,
fractievoorzitter van GroenLinks in de 'Kampioen' van februari 2004)
"Oom agent houdt een fietser aan en deelt hem mee dat hij een bekeuring
krijgt i.v.m. het niet-voeren van de vereiste verlichting. Want, zo zei hij:
"Ik zag u reeds van ver aankomen zonder licht".
(Gerard
Schuurbiers, 25
januari 2004)
"Blijkbaar moet je presenteren
net zo zien als bijvoorbeeld fietsen. Al heb je dat jaren niet gedaan, je stapt
zo weer op".
(Gallyon van Vessem, na
zes jaar terug als TV presentatrice, in 'De Telegraaf' van 21 januari
2004)
"Het was wel zo dat mijn vader
mij op mijn elfde al naar de fietsenmaker stuurde om op zaterdagmorgen te
werken. Dan kon ik zien hoe dat was en leerde er meteen iets zinnigs. Later
werkte ik in de schoolkantine en samen met een vriendje bracht ik kranten
rond".
(Minister van Sociale
Zaken Aart Jan de Geus in 'Volkskrant Magazine', 17 januari 2004)
Staatssecretaris Cees van der
Knaap: "Ik mag graag naar een fiets kijken, maar dan voor de TV".
(Citaat uit het 'Stan
Huygens Journaal' van 16 januari 2004, opgetekend tijdens het gala vanwege 75
jaar KNWU, waarbij Joop Zoetemelk en Leontine van Moorsel tot beste renner en
renster van de laatste 75 jaar werden uitgeroepen).
"Volgens
veel fietsers vormen niet hun vervoermiddelen het probleem, maar de auto's".
(Citaat uit een artikel in 'Het Parool' van 10
december 2003 over de Chinese stad Shanghai die met 20.000.000 inwoners en
9.000.000 fietsen de grootste fietsstad ter wereld is)
"Afgezien van de
gevaren snap ik spookfietsrijders niet. Fietsen is gezond. Welk bezwaar is er
dan
om de straat over te steken voor het rijden op het fietspad in de juiste
rijrichting?
(Citaat uit de column 'Spookrijders' van Guus Rombouts, 'Kwakersstraat
3', December 2003, het blad van het Amsterdamse stadsdeel Oud-West)
"Op de fiets wordt een mens
optimistisch. Dan ervaar je dat willen, kunnen en uitvoeren één kunnen zijn in
een ronddraaiend fietspantheïsme."
(Peter Sloterdijk in
Filosofie Magazine, november 2003)
"We hebben hier zo veel moois dicht bij huis. Fietsen en kamperen is voor
ons een prima manier van vakantie vieren".
(Minister Agnes van
Ardenne in 'Eva', november 2003)
'Fietsen doe je op straat, niet op
papier'.
(Reactie van Wethouder
Jansma op het verzoek om een aparte gemeentelijke notitie over het fietsbeleid
in Leusden te maken, in A'foortse Courant, 22-11-2003).
"Het succesvolle hergebruik van onrendabele spoorlijnen als recreatief
fietspad biedt perspectieven voor de Betuwelijn".
(Ib Waterreus,
Universiteit van Amsterdam in 'De Stelling', Telegraaf, 8 november 2003)
"Deze platte stad, die zeven meter onder zeeniveau ligt is uitermate
geschikt om te fietsslenteren: één trap en tien meter rusten om de prachtige
renaissancegebouwen en het liederlijke trage leven op te nemen".
(Bas Mesters over de
Italiaanse stad Ferrara in NRC/AH van 2 november 2003)
"Kinderen in Nederland worden in snel tempo te dik, hoewel de situatie
minder dramatisch is dan in veel andere landen. Dankzij de Nederlandse traditie
om naar school te fietsen, komen veel jongeren aan flink wat minuten
lichaamsbeweging per dag".
(Kadertje bij artikel 'Montignac
tegen jeugdvet' door Fokke Obbema, De Volkskrant, 9 september 2003. Ingezonden
door Guus Rombouts)
"De man: Op hun 16de verjaardag willen ze een bromfiets. Worden ze 18, dan
moeten ze een auto. Worden ze 35, dan willen ze allemaal een fiets en worden ze
45, dan willen ze een racefiets".
(Luc Driesen, 8
september 2003)
Over het Nederlandse Elftal, dat op
20 augustus 2003 gelijk speelde tegen een bezield België: "Vliegen van
Amsterdam naar Brussel, die Oranjelui? Op de fiets, dat zal ze leren".
(Matty Verkammen in
'Trouw' van 25 augustus 2003)
Tijdens de Fietsvierdaagse in Laren (Gelderland) afgelopen week
zegt een fietser tegen een andere fietser: "Als je nog eens in de buurt
komt, kom dan beslist eens langs". Waarop de ander zegt: "Langs kom ik
zo dikwijls, maar ik ontvang liever een uitnodiging om binnen te komen".
(Gerard
Schuurbiers, 11
augustus 2003)
'Er wordt vaak geen richting aangegeven. Fietsers doen het niet, omdat het tegen
hun geloof is en omdat ze zich niet tussen de auto's door kunnen wringen en
tegelijkertijd hun hand uitsteken'.
(Yvonne Kroonenberg in
haar column in 'De Kampioen' van juli 2003)
'Ik heb het leven op de fiets
ontdekt'.
(Amerika-NOS-Journaal-correspondent
Charles Groenhuijsen over het voordeel van de terugkeer naar Nederland, als zijn
kinderen naar de Middelbare School zouden gaan; in: 'NCRV-Gids' van 17 mei 2003)
Uit het gedicht 'Fiets':
Begint
de collectieve pijn van de kont
Ontwijkende
bewegingen ten gerieve van de blaren
Gelukkig
gaat de fietstocht niet hèlèmààl naar Laren".
(Schrijver/journalist/fietsenthousiast
Guus Rombouts organiseerde 10 juli 2002 voor de medewerk(st)ers van twee
orthodontiepraktijken een fietstocht door Amsterdam waarbij hij een
boekje schreef en illustreerde. Bovenstaande strofe is uit het gedicht 'Fiets'
op de openingspagina)
"Ik had 't er eens met Deetman
over, toen hij nog voorzitter van de Tweede Kamer was en ik van de Senaat. We
waren het erover eens dat we met genoegen onze publieke functie vervullen en op
de rode loper stonden, maar wel in de zekerheid dat we daarna op de fiets naar
huis konden".
(Herman Tjeenk Willink,
vice-president van de Raad van State, ook wel 'Onderkoning van Nederland'
genoemd, in 'Trouw'van 8 mei 2003)
Aan welk vervoermiddel heeft u een
hekel? "De fiets. Veel te hard werken".
(Erik Hazelhoff
Roelfzema, beter bekend als Soldaat van Oranje, in 'Kampioen' van mei 2003)
"Ik ben er wel door veranderd.
Intensiever gaan leven. Veel bewuster. Ik geniet veel meer van de dingen die ik
leuk vind. Dingen in mijn werk, dingen thuis of gewoon iets als in de zon
fietsen".
(Journalist en
presentator Rob Trip over de periode na zijn herseninfarct; interview in de
NCRV-Gids van 19 april 2003)
"Het is zó heerlijk om een
puzzel van een karakter in elkaar te leggen. Fiets ik door de stad en dan denk
ik: ik ga nu een stukje als Anna (rol in de film 'Van God
los', redactie) fietsen. Een geweldig spel waar ik enorm druk
mee kan zijn".
(Actrice Angela Schijf
in de NCRV-Gids van 12 april 2003)
"Geef hem een fiets en hij wil wereldkampioen worden. Laat hem aan politiek
doen en hij ziet zichzelf als president van de wereld".
(uit de biografie
'Numero Uno, Guy Verhofstadt op weg naar de top', geciteerd in Trouw, 22
februari 2003).
"De weg der schoonheid
wordt getekend door voetangels, klemmen, kuilen, doornen en andere
onaangenaamheden, die de fietser door het leven zo goed kent. Maar hoe
verrukkelijk is het toeven als die weg is afgelegd, hoe zoet smaken de vruchten,
hoe vervluchtigt de zadelpijn".
(Piet
Hazenbosch, 21
februari 2003)
"Grappig zijn kan je
vergelijken met fietsen: de meeste mensen kunnen het, maar niet iedereen is Eddy
Merckx".
(Guido Thys,
taalkundige en voorzitter van de Stichting Humor in Magazine no. 18, september
2001)
"Fietsen temidden van bergen in plaats van in de Hollandse polder is
bijzonder aantrekkelijk vanwege (1) het ontbreken van de immer straffe
westenwind, (2) het bijzondere natuurschoon, (3) de indrukwekkende vergezichten
en (4) de volledige absentie van de skeelerende medemens".
(Stelling van Tom
Molenaar, Universiteit Leiden, uit 'De Telegraaf' van 8 februari 2003)
"Het voelt alsof je bij het
leren fietsen een laatste zetje krijgt, waarna je alleen verder moet".
(Contrabassist en
componist Tony Overwater (1965) over de Boy Edgar Prijs, de belangrijkste
Nederlandse jazzprijs, Trouw, 29 januari 2003)
"Een
coalitie in de politiek is als fietsen op een tandem. Dat lukt alleen, als je
goed met elkaar rekening houdt. Anders val je snel om".
(Gerrit
Pruim, 26
januari 2003)
Over fietsen
tussen naar school fietsende scholieren: "Voor mensen die 's ochtends wat
moeite hebben met wakker worden, heb ik de volgende tip: begeef je met je fiets
tussen de pubers en je schrikt zo vaak dat je fris als een hoentje op je werk
aankomt!"
(Ilonka du Clou
in 'De Kampioen' van januari 2003)
"Indien de politie permanent
alle fietsers zonder licht zou beboeten, zouden de belastingen in Nederland
drastisch omlaag kunnen".
(John C. Dodde, 27
december 2002)
"Fietsen en politiek hebben
één ding gemeen: je moet je evenwicht bewaren, anders ga je onderuit".
(Gerrit Pruim, 27
december 2002)
"Nederlanders staan zo'n
beetje bovenaan in vetconsumptie, maar aan de sterftecijfers is het niet te
zien; ze compenseren het waarschijnlijk door veel te fietsen'.
(Diny Schouten in 'Vrij
Nederland' van 9 november 2002)
"In
Brussel is het veel te koud om te fietsen, en te heuvelachtig ook. Trouwens,
fietsers zijn studenten, werklozen, homo's, vegetariërs, sukkels, kortom: alles
waarvoor de aartsconservatieven in het Brusselse stadsbestuur hun neus
ophalen".
(Frederik
Depoortere van de fietsorganisatie Pro Velo in 'Trouw' van 7-11-2002 over de
houding van het stadsbestuur tegenover plannen om het fietsen in Brussel te
bevorderen)
'Fietsers zonder licht zijn
egoïsten'.
(Marjolein van der
Klift, Erasmus Universiteit, in 'de Telegraaf' van 26-10-2002)
'Omdat ik weet dat ik minister ben, rijd ik nu niet meer door rood op mijn
fiets. Maar ik deed het vroeger al niet als ik zag dat er een klein kind stond
te wachten. Dan geef je een verkeerd voorbeeld.'
(Minister Piet Hein
Donner, die in zijn jonge jaren geregeld werd vermaand door de politie omdat hij
over de stoep fietste of een rood stoplichtje pakte, in 'De Volkskrant' van 17
september 2002)
Fietsend
over de Amstel naar Koninklijke Carré stuitte ik op een hoge brug: die van de
Nieuwe Prinsengracht. Bedaard duwde ik de versnelling naar haar laagste stand.
Maar deze bleek steken in haar twee, zodat ik me, stevig aanpotend, van mijn
zadel moest verheffen. Dit tot vermaak van twee passanten die mijn zonen zouden
kunnen zijn: "Zet hem op, moeder?".
Hoe
kwam ik deze slag te boven? Door dankbaar te zijn dat ze niet hadden geroepen:
"Zet hem op, oma."
(Annemarie
Oster in 'de Volkskrant' van 6 september 2002)
'Zoals
de fiets die niet op slot hoefde of de achterdeur, die je rustig open kon laten
staan, behoort ook de oorvijg tot de standaardherinnering van de jaren vijftig'.
(Willem Breedveld in
'Trouw' van 30 augustus 2002)
'Voor echte hobby’s heb ik geen
tijd. En dingen als boeken lezen en een stuk fietsen, vind ik gewoon bij het
dagelijks leven horen'
(Agnes van Ardenne,
Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking, op regeringswebsite van
26-7-2002)
'Fietsen is voor mij geen hobby:
de fiets is een praktisch vervoermiddel'
(Piet Hein Donner,
Minister van Justitie, op de regeringswebsite van 26-7-2002)
Over de honderden fietsroutes op
deze website': 'Hoe lang moet een mensenleven niet zijn om dit allemaal af te
fietsen!'.
(Hans Paymans,
d.d.
26-7-2002 in ons Gastenboek)
"Vrouwenemancipatie eindigt
bij een lekke fietsband".
(Marko Sikkema,
Universiteit van Utrecht, in Telegraaf van 20 juli 2002)
"Maar
misschien is het gedoogbeleid hier wel wat ver doorgeschoten. Als ik naar mijn
persoonlijke situatie kijk, heb ik daar ook iets van gemerkt na tien maanden in
Den Haag. Twee van onze fietsen zijn gestolen - ja, ik ken die Nederlandse grap
over fietsen, die in de oorlog naar Duitsland verdwenen - maar kennelijk heeft
de politie andere prioriteiten. Ik zou ze graag terugkrijgen'.
(Duits
ambassadeur Edmund Duckwitz bij zijn vertrek uit Nederland in 'de Telegraaf'van
6 juli 2002)
"De fiets natuurlijk. Een fantastische oplossing
om het probleem van verstopte steden te lijf te gaan".
(Mariam
Pérez, Costaricaanse architecte en onderzoekster op de vraag, waar Costa Rica
iets van Nederland kan overnemen in 'Onze Wereld', juli-augustus 2002)
"Voor onsportieve mensen als
ik is fietsen ideaal"
(Hans Visser, dominee
van de Rotterdame Pauluskerk, in 'Trouw' van 30 mei 2002).
"Vorige zomer reden we met een aantal tandemvrienden ergens in
Vlaanderen, toen ons een groep wielertoeristen, allen mannen, in tegengestelde
richting voorbijreed, waarvan er één riep: 'Kijk, dit zijn allemaal gelukkige
huwelijken'. Het mooie ervan is, dat hij gelijk heeft".
(René de Leeuw, 28 mei
2002)
"Zwijgen is één van de
plezierige bijkomstigheden van een fietstochtje'
(voormalig
VVD-fractievoorzitter
Hans Dijkstal in 'FietsActief' van mei 2002)
"Lente:
Mijn fiets heeft een afwijking naar grasveldjes en slootkantjes".
(Poster van Loesje, april 2002)
"Fietsen is de opperste vorm
van reizen. Lopen is edel, maar dat gaat te langzaam. Met de auto kun je vlug
ergens komen, mits je niet in de file zit. Maar tijdens de rit krijg je weinig
te zien. En wat je hoort om je heen is niets anders dan mechanisch, in plaats
van de weldadige tonen van de natuur. De uitvinding van de fiets is een zegen
voor de mensheid".
(Oud-premier Dries van
Agt in 'Studio RKK' van 17 april 2002)
In een park in Havana biedt een
krantenverkoper me de Granma, de staatskrant, aan. Zijn haar is wit en zijn
gezicht vertoont diepe groeven. Ik vraag hem naar het leven op Cuba. Eerst
spreekt hij vol lof over het communisme, maar na enig doorvragen geeft hij zijn
echte mening. "Het leven in Cuba is net zo moeilijk als fietsen over een
waterval. Alles is van de staat, zelfs wij! Er zijn drie klassen op Cuba: de
partijleden, de bureaucraten en wij, de mensen op straat die moeten zien te
overleven", zegt de krantenverkoper. Hij is bang. Met zijn ene hand grijpt
hij de pols van zijn andere hand beet, een gebaar alsof iemand hem mee wil
nemen. Hij vreest voor zijn baantje. Ik mag niet zijn naam noemen. Terwijl ik
met hem praat, komt een man achter mij staan. Hij luistert mee. De
krantenverkoper slaat om als een blad aan een boom en prijst Fidel Castro de
hemel in.
(Fragment uit een
reportage die Saskia van Reenen - voor een uitzending van de Wereldomroep
van 14 april 2002 - in Havana maakte)
"Een vijfjarig jongetje heeft
het gepresteerd om in één avond, achter elkaar, van Wychen naar Oss te
fietsen. Volgens één krant bedroeg de afstand dertig kilometer, volgens een
ander ruim dertig kilometer en volgens een derde krant vijfentwintig kilometer.
Daaruit blijkt maar weer, dat het verstandig is er meer dan één krant op na te
houden".
(Jan Goossensen in
Hervormd Nederland van 13 april 2002)
"Fietsen is één van de snelste manieren om je hier in New York te
verplaatsen. Het gevaar is wel dat niemand rekening houdt met fietsers. Die zijn
in het verkeer echt het laagste van het laagste. Het is niet echt rustig fietsen
op de avenues'.
(Max Westerman,
correspondent RTL-Nieuws in New York, in 'Voorjaar 2002', 29-3-2002)
"Ik
vind het helemaal niet fijn hoor, tegen de wind in. Maar achteraf gezien heb ik
zo mijn beste dingen geschreven. Dus later, als ik een verhaal moest schrijven
en er kwam niets, dan fietste ik een rondje IJsselmeer. Daar heb je geen
stoplichten en geen mensen, die een gesprek met je willen aangaan. En altijd
krijg je wel ergens vreselijk de wind tegen. Dan komen de zinnen vanzelf".
(Schrijfster Marion
Bloem in 'FietsActief van maart 2002)
"We moeten nog heel wat profetenwerk verrichten om
employability op grote schaal te bevorderen, want de fietsenmaker op de hoek zit
echt niet te wachten op employability. Die maakt zich alleen maar zorgen of hij
alle fietsen op tijd gerepareerd heeft".
(CNV-voorzitter
Doekle Terpstra in P&O Info, maart 2002)
"Fietsende
werknemers zijn betere werknemers zijn. Ze zijn minder ziek en minder gevoelig
voor depressies".
(uit: Interview met de West-Vlaamse fietsende huisarts Marleen, website Fiets
Vlaanderen, februari 2002)
"Eng? Op de fiets door
Amsterdam, dát is pas eng".
(Pieter Storms van
'Breekijzer' in 'Trouw" van 22 februari 2002)
Net als miljoenen inwoners van
Bogota klom ook de Nederlandse ambassadeur in Colombia, Teunis Kamper, gisteren
tijdens de jaarlijkse autoloze dag op de fiets. De burgemeester van Bogota,
Antanas Mockus, had hem uitgenodigd voor het fietstochtje. Voordat de twee heren
op de fiets stapten, vroeg een verslaggever aan Kamper, of hij van tevoren had
geoefend. 'Ik ben een Nederlander', antwoordde de diplomaat met een glimlach.
'Ik ben praktisch op de fiets geboren'.
(uit 'de Telegraaf' van
8 februari 2002)
"Je
kunt zeggen: zero tolerance voor kapotte fietsverlichting, maar is dat
wel verstandig als je te weinig politieagenten hebt om de echte criminaliteit te
bestrijden?"
(Marcel
van Dam in 'de Haagse Post' van 25 januari 2002)
"In een tijd waarin we
ruimtesondes naar mars kunnen sturen zijn we er nog steeds niet in geslaagd goed
werkende verlichting voor fietsen te maken. Of een dynamo die ook werkt als het
regent".
(John in citaat van de
week, Planet Weekly, 2000, week 29)
"Wat
de ontkerkelijking niet op d'r geweten heeft. Volgens recent onderzoek namens de
Fietsersbond wordt in overwegend protestantse streken in vergelijking met
katholieke gewesten zo'n 45 procent meer gefietst. Ik zit nog even uit te zoeken
of ik uit de geleverde feiten ook de conclusie mag trekken dat protestanten
notoire fietsendieven zijn in vergelijking met katholieken en veel vaker hun
hand niet uitsteken, een kapot achterlichtje hebben en door rood peddelen. Maar
ja, je zult net zien dat in fietsrijke streken door de sociale controle veel
minder fietsen worden gestolen dan in een tamelijk heidense regio zoals het
centrum van Amsterdam of in een katholieke wijk waar ze te voet of met de auto
naar het café gaan".
(Citaat van Ruud Verdonck in zijn
column in 'Trouw", 13 november 2001)
"Als
de kwaliteit van autoverlichting hetzelfde zou zijn als die van de gemiddelde
fietsverlichting, dan zouden de meeste auto's onverlicht rondrijden".
(Marcel
Volmer, RU Groningen in 'De Stelling', De Telegraaf, 27 oktober 2001)
En Màxima?
Kàn een Argentijnse eigenlijk wel fietsen? Dat vroeg
de Hartstichting zich ook af, toen men haar
onlangs een fraaie Gazelle cadeau wilde doen. Màxima's antwoord was duidelijk:
'Ja, wat denkt u, ik kom niet van een andere planeet. Natuurlijk kan ik
fietsen.'
Natuurlijk.
Betrouwbare bronnen melden zelfs dat Màxima in het geheim regelmatig een
mountainbike berijdt, om op gewicht te komen voor de grote dag: 02-02-02. Geen
fietscultuur in Argentinië? In de plaats waar haar familie een buitenhuis
heeft, heb je de Club Mountainbike Bariloche.
Wat
doen ze, Màxima en Willem-Alexander? Pakken ze de tandem of de solofiets? De
tandem, denkt de voorlichter. Màxima achterop, vermoedelijk. En Willem maar
trappen.
Maar
nee. Op het laatste moment besluit het paar apart door Wijk te fietsen. In grote
haast moet het zadel van Màxima's fiets naar beneden worden bijgesteld. Màxima
stapt op. Achter haar een peloton van meerijders. Links een sloot. Goede, zekere
stijl heeft ze, Màxima. In niets lijkt ze op de balancerende asielzoeker die in
het kader van de integratie voor het eerst een Hollands rijwiel beklimt. Eén
hand aan het stuur, met de andere wuiven, even zo makkelijk.
Ze
fietst langs het volk en glorieert. Hoera.
We worden weer een fietsmonarchie.
(Bert
Wagendorp in 'De
Volkskrant', 27 september 2001)
"Cynisme is een auto kopen
omdat fietsen zo verrekt gevaarlijk wordt met al die auto's".
(Kadée Bruin)
"Iemand vergeleek het proces van Europese Integratie eens met fietsen:
als je stil staat val je om".
(Hans Dijkstal in
lezing voor Clingendael, 10 december 2001)
"Eén groen wapenfeit mag ze in
ieder geval op haar conto schrijven: ze zorgde er voor dat de Wereldbank
aandacht kreeg voor de fiets, Eveline Herfkens, als Nederlands vertegenwoordiger
bij de bank. Zelf heeft ze geen rijbewijs en vond het absurd dat de Wereldbank
onder vervoer alleen 'auto' verstond, terwijl lopen, fietsen en de ezelskar meer
voor de hand liggen als het om de armsten gaat".
(Marcel
Ham en Michiel Bussink van Milieudefensie, september 2001)
"De
details van de natuur vanuit een snelle trein zie je haast niet, maar als je
fietst dan zie niet alleen de details, maar je voelt die zelfs. Fietsen, het
mooiste werkwoord om je vrij te voelen".
(Nilgün Yerli in haar
column 'Medeklinker' in de Amersfoortse Courant van 18 oktober 2001)
"De belangrijkste reden voor
mij om in Nederland te blijven, is dat Amsterdam zo'n geweldige plek is om te
wonen. Om álle cliché-redenen: vrij, relaxed én fietsen, een fantastische
Nederlandse uitvinding".
(Mark Fuller, 20 jaar
Engels journalist in Nederland in de NCRV-Gids van 20 oktober 2001)
"Je
weet dat je oud wordt als je weer begint te fietsen terwijl je kinderen de auto
nemen".
(Michael)
"Zodra Nederlanders een
piepklein misstandje ontdekken, gaan ze aan de slag. Er hoeft maar een fietser
uit de glijden op een nieuw soort asfalt en direct wordt uitgezocht hoeveel
fietsers per jaar uitglijden en op welke ondergrond".
(Kerstin Schweighöfer,
10 jaar Duits correspondente in Nederland in de NCRV-Gids van 20 oktober 2001)

OP FIETSE (van
Skik)
I
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage.
'k Heb de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen.
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage.
'k Soll wel zeggen ja het mag wel zo.
Ik trap de fietse deur 't buulzand hen op 'n zandpad langs
de Duutse grens.
Ik denk da'k dalijk even kieken gao in 't buutenland.
De gruppe over, op naor Schoningsdorf, ik stao even te kieken bij'n iemenkorf.
En ik stao hier even te denken wat za'k nou doen, links of recht deur.
Want ik wul aal wieder nog naor Hebelermeer.
'n Kaorte he'k nie neudig want ik ken 't hier.
Want a'k daor dalijk over 'n slootie gaoi dan ben'k weer terug in Nederland.
Ik wul aal wieder nog naor Barger-Compas, naar Klazienaveen-Noord en 't
Oostersebos.
A'k hier zo fietse en 't weijt nie slim dan giet 't haost vanzolf.
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage.
'k Hen de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen.
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage.
'k Soll wel zeggen ja het mag wel zo.
Ik gao nou over Barger-Oosterveld over 't schoelpattie kort
daor bij de Honeywell.
En dan recht deur tot de brugge van Oranjedorp.
'n Stukkie Bladderswieke en dan de Herendiek en a'k pastoorse bos en de toren
zien.
Dan fiets ik deur want 't weijt nie slim, 't giet vandaag vanzolf.
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage.
'k Hen de banden vol met wind, nee ik heb ja niks te klagen.
Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage.
'k Soll wel zeggen ja het mag wel zo.
(laatste couplet: 2x)
(voor alle informatie over Skik: Klik
hier)
"Ik heb een hekel aan mensen
die denken dat creatief leven bestaat uit fietsen in Vietnam en bungeejumpen. Ze
denken dat een avontuurlijk leven met veel prikkels van buitenaf hetzelfde is
als creatief leven. Ik las pas een mooi interview met Nelson Mandela, van wie je
met recht kunt zeggen dat hij een creatief levend persoon is, terwijl zijn tijd
op het Robbeneiland vanaf de buitenkant gezien verpletterend saai moet zijn
geweest. Je kunt vastzitten in een gevangenis en dan juist creatief
leven".
(Schrijfster Manon
Uphoff in 'de Haagse Post' van 31 augustus 2001)
"Behalve een begenadigd komiek is Herman Finkers ook een praktisch mens. Jaren
geleden vertelde hij al dat een kindje vóór op de fiets zo handig was
tegen de wind. En dat zijn vrouw en hij, omdat het in Nederland altijd
waait, bewust voor kinderen hadden gekozen".
(uit: WebWereldNieuwsbrief, 26
juli 2001)
"Fietsen
betekent: je verstand en je kilometerteller op nul zetten".
(Collectief
Fietsen Leiden, 28 juli 2001)
"Santiago de Compostela is in de
ogen van Van Agt nog altijd 'de pelgrimage par excellence'. 'Die hoor je
natuurlijk niet zoals wij per fiets te doen, maar te voet. Rijkelui deden het
overigens te paard. Met de fiets is een ietwat labbekakkerige onderneming, al
moet je het overwinnen van de Pyreneeën met twintig kilo bepakking op je
rijwiel niet onderschatten".
(Oud-premier Dries van Agt in 'de
Amersfoortse Courant' van 20 augustus 2001)
"Als
het je voor de wind gaat kom je je vanzelf toch wel een keer tegen".
(Gerard van
Pijkeren, 28 juli 2001)
"Uw
ingehouden buik vals plat?"
(Vrij
Nederland, Terzijde, 21 juli 2001)
"Het begon eind jaren tachtig
toen wij financieringen verstrekten met een looptijd van dertig jaar. Dan ga je
over de lange termijn nadenken. Belangrijk is ook het fietsen op de Lekdijk,
hier verderop".
(Herman Wijffels, oud-topman van de
RABO-bank, voorzitter van de SER, voorzitter Vereniging Natuurmonumenten en
bestuurslid NatuurCollege).
"Fietsen
is vooruitzien", zei mijn Oom altijd.
(Gerrit Pruim, 16 juli 2001)
Over
een man, die precies weet, hoe anderen zich moeten gedragen, maar zichzelf niet
zo gedraagt: "Hij doet mij nog het meeste denken aan een wegwijzer van de
ANWB. Het bord wijst wel de richting, maar gaat zelf nooit naar die
bestemming".
(Dr. Henk Wolzak in het
Katholiek Nieuwsblad van 8 juni 2001)
"Het
leuke van fietsen is, dat je dicht genoeg bij de grond zit om de kleinste
bloemetjes goed te kunnen zien, maar hoog genoeg boven de wereld om een staat
van onthechtheid te bereiken'.
(Schrijfster Marjan Berk in
FietsActief, juni 2000)
"Volwassen
fietsers die slechts vanwege het volgen van de regels op een verlaten en
overzichtelijk kruispunt wachten voor een rood verkeerslicht mogen als
'gevaarlijke' worden bestempeld".
(Stelling van Geert Kops bij zijn
afstuderen aan de Universiteit van Utrecht, geciteerd in 'De Telegraaf' van 7
juli 2001)
"Ik
geloof, dat de fietsbeweging bij de mens hoort, net als schrijven met een pen in
plaats van typen op de computer".
(Schrijfster Hermine de Graaf in
FietsActief, maart 2001)
"Buitenlanders zouden het beste in Nederland kunnen integreren door drie
dingen te leren: de Nederlandse taal, fietsen en vergaderen".
(Stelling bij een proefschrift aan
de Universiteit van Wageningen)
"Waar ik echt zin in heb is om de Kempen met de fiets te verkennen en de
trekkershutten van Toerisme Vlaanderen uit te testen. Het is alleen wachten tot
mijn kinderen van 7 en 10 jaar voldoende fysieke kracht hebben".
(Renaat Landuyt, Vlaams minister van
Werkgelegenheid en Toerisme in Kreo van juni 2001)
"Als
stadsmens heb je een bijzondere verhouding tot je fiets. Hij is een verlengstuk
van jezelf. Bij een lekke band of een ernstiger defect voel je je direct
gehandicapt. Een fiets moet altijd bedrijfsklaar bij de voordeur staan en niet
tegensputteren. Fietsen is het tegenovergestelde van nadenken. Je doet het
gewoon, en je merkt pas wat je mist op momenten dat het niet gaat'.
(Citaat van
Jan Goossensen in Hervormd Nederland van 23 juni 2001)
Later,
in 1969, ontdekte Schrijvers, dat fietsen de beste remedie was om terug te komen
uit een blessure. "Het goeie van fietsen is dat je been in beweging is
zonder dat 't belast. Dus fietste ik elke ochtend een kilometer of 16 van
Oldenzaal naar Enschede. Als ik bij het stadion aankwam, waren mijn spieren goed
los en kon de fysiotherapeut meteen aan de slag. Binnen vier weken speelde ik
weer. Dat heb ik consequent volgehouden, ook later, toen ik vanuit Abcoude naar
het Ajax-stadion moest".
(Voormalig
top-keeper Piet Schrijvers in 'FietsActief' van juni 2001)
"Het
leukste is, dat je je lekker kunt ontspannen op de fiets. Als het mooi weer is
ga ik zelfs zingen. Je hoofd leeg maken, lekker bezig zijn. Als je een tijdje
niet fietst, voel je je minder fit. Ik vind het vooral heerlijk om tussen het
werken door een stukje te fietsen. Als ik de kans krijg doe ik dat. Dan ontspan
ik helemaal. Waar ik wel een hekel aan heb, is de wind. Ik heb ook altijd wind
tegen, op de heen- én de terugweg".
(Voormalig
Minister van Sociale Zaken Willem
Vermeend in FietsActief, mei 2000)
"Met
wind mee raak je als fietser het karakter weer kwijt dat je met wind tegen had
opgebouwd"
(uit: Terzijde, VN, 1 juli 2000)
"Hoe
ik een fietsfanaat zie, heb ik proberen te zeggen in een versje, dat ik gemaakt
heb. Ik schrijf het hier in het net:
De wind als zoef de haas
daast je om de oren
je kunt je walkman
nauwelijks horen
Zweet, oogvocht, snot en
slingers
druppen op je vingers
en laten sporen op de
weg.
Je zet er nog een tandje
bij.
O, wat voel je je
stressvrij.
(uit: Groeten aan Jacob uit de bundel
"Eigenwijze fietsverhalen", 1977, Pragmata, Amsterdam)
"Als twee fietsen met elkaar in botsing komen, is dat nieuws op Texel.
Een heerlijke maatschappij".
(Citaat van de schrijver Jan
Wolkers, uit: 'Rijke mensen hebben nooit last van slecht weer", 1988, HEMA
bv, Amsterdam).
"Nederlanders denken: schrijven is gemakkelijk. 's Ochtends ga ik naar
kantoor, ik stap op mijn fiets, zit een beetje te piekeren en vanavond schrijf
ik in mijn dagboek, wat ik op mijn fiets allemaal bij elkaar heb
gepiekerd".
(Citaat van de schrijver
W.F.Hermans, uit: 'Rijke mensen hebben nooit last van slecht weer", 1988,
HEMA bv, Amsterdam).
"Neem het van mij aan: in Nederland zit de intelligentsia tussen twee
wielen. Als je fietst stroomt het bloed sneller door de hersenen en hoe meer
bloed, hoe sneller je kunt denken'.
(Citaat van de wielrennen Gerrie
Kneteman, uit: 'Rijke mensen hebben nooit last van slecht weer", 1988, HEMA
bv, Amsterdam).
"Vliegtuig, auto, touringcar en fiets. Wat heeft de toekomst? Ik zet in op
het vliegtuig en de fiets. Het vliegtuig is efficiënt, relatief zuinig en
goedkoop, en de fiets is sportief en nog milieuvriendelijker'.
(Hans Bakker, topman van reisgigant
Travel Unie in 'de Telegraaf' van 10 februari 2001)
"Het ideale fietsweer is een
temperatuur tussen de 18 en 21 graden, een zwakke wind en een lage
luchtvochtigheid".
(Weerman Piet Paulusma in
FietsActief, augustus 2000)
"Hoe ouder je wordt, hoe vaker je de wind tegen hebt"
(Citaat van: Marinus Verhoeven uit
Weert, opgetekend door Harrie van Schalen uit Asten, 5 maart 2001)
"Slechts één trainingskameraad kent nooit pardon: de wind".
(Citaat van: Jo van Schalen uit Gemert, 13 maart 2001)
"De verlichte fietsverlichting moet ook uit filosofische overwegingen in
de wet worden gehandhaafd. Evenals het richting aangeven door de hand uit te
steken en het rustig op en neer laten gaan van de linkerarm om het
achteropkomend verkeer er op te attenderen dat fietser in kwestie afremt. Dat
moet in de wet blijven, omdat die regels goed zijn voor automobilisten, althans
voor hun hart".
(Citaat van Ruud Verdonck in zijn
column in 'Trouw", 21 april 2001)
"Wie door een kuil fietst van een ander valt er zelf in".
(Citaat van Gerrit Pruim, 23 april
2001)
"Als je van of naar je werk fietst en je hebt oog voor je omgeving raak
je behoorlijk stressvrij".
(Citaat van W.H.Tielens, 3 mei
2001)
"De
snelste manier om binnen een stad geld van bank naar bank over te maken is per
fiets".
(Citaat van Eline Den Broeder, KU
Nijmegen, in 'De Stelling', Telegraaf 12 mei 2001)
"Geen
verkeersdeelnemer, die zoveel overtredingen maakt als de fietser.Het is een
uitzondering als 's avonds zowel zijn voor- als achterlicht werkt. Richting
aangeven doet-ie ook nauwelijks nog en bovendien heeft hij zich, vooral in de
stad, een fundamentalistisch F-sidegedrag aangemeten. Zelfs de trottoirs beschouwt hij als behorende tot zijn biotoop, terwijl hij de regels aangaande
eenrichtingsverkeer eveneens volledig aan zijn laars lapt, om nog maar te
zwijgen van het ernstige misbruik dat hij maakt van het feit, dat de
automobilisten hem sinds dik twee weken negen van de tien keer voorrang moeten
geven".
(Citaat van Rob Hoogland in zijn
column 'Kringen' in de Telegraaf van 19 mei 2001)
"Je ziet meer als je fietst. Daardoor ben ik wel eens in een kuil van de
gemeentereiniging gevallen. Dit tot grote hilariteit van twee schaarsgeklede
dames, waar ik natuurlijk net naar keek voordat ik in die kuil reed".
(Rob Oudkerk in FietsActief
4, jaargang 1999)
Als hij dááraan denkt - daar
komt weer een show: Jones zet zijn glas cola weg en zingt: 'Ta ta ta tadala. Het
is weer Hommeles. Het is weer Hommeles. O, dat was leuk, jongen. Die liedjes van
Cor Lemaire en Annie Schmidt: Ik zou je het liefst in een doosje willen doen.
Iedere keer had ik een ander liedje. Een keer over een meisje - ken je dat?
"Er was een meisje. Zij heette Mies. Het is lang geleden, maar ik weet het
nog precies. En zij was aardig, zij was lief. Van: dankjewel en alstublieft. En
zo beautiful, so very very beautiful. Maar zij zat alleen maar op de fiets. En
anders was er niets. Alleen maar fietse fietse fietse"
(Citaat uit
een interview met Donald Jones in 'de Groene' van 23-6-1999)
"Alleen al in Amsterdam zijn het er meer dan 575 000. Of die allemaal in
rijdende staat verkeren, of dat hierbij ook de verwrongen en vervallen karkassen
gerekend worden die overal in de stad aan bruggen en lantaarns geketend staan,
dat is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat de Hollanders er zo verzot op zijn
dat liefst vijfentachtig procent van de populatie een fiets koopt. (…)
Fietsers zijn heer en meester (m/v) in het verkeer (zelfs ex-koningin Juliana
placht wel eens op de fiets naar de botermarkt te gaan) en hun volslagen
minachting voor andere weggebruikers uit zich in het vier naast elkaar van stoep
naar stoep laveren.
Openbare gebouwen, parkeerplaatsen en
het rijdend materieel van het openbaar vervoer, stuk voor stuk worden ze
ontworpen met het Tweewielige Wonder in gedachten. De meeste hoofdwegen
(snelwegen uitgezonderd) hebben een aparte fietsstrook. Waar dat kan wordt die
strook tot een zelfstandige fietspad, met eigen bewegwijzering en stoplichten.
De Machientjes Met Menskracht spelen
alle mogelijke rollen: als privé-limousine, bestelwagen, vrachtauto, en taxi.
Vooral dankzij een extra accessoire van kromme buizen: de bagagedrager. Die
draagt kratten, kinderen, katten en honden zonder onderscheid. Speciale
kinderstoeltjes kunnen zowel vóór- als achterop worden aangebracht, dit voor
grotere gezinnen. Bij afwezigheid van huishoudelijke lading is achterop plek
voor één of meer passagiers, traditioneel zijn dat de geliefde (m/v), de
echtgenoot (m/v), of combinaties daarvan.
(Fietsen in Nederland, gezien door
de ogen van de Engelsman Colin White en de Amerikaanse Laurie Boucke, in: The
Undutchables, Amsterdam 1995)
